Intelligence Brief
Malcolm Turnbull en de lastige waarheid over AI-soevereiniteit
Wat de inzichten van een Australische ex-premier ons leert over de AI afhankelijkheden die we nu inbouwen in onze organisaties.

Ik luisterde dit weekend naar een aflevering van The Rest Is Politics UK, een van mijn favoriete podcasts. Te gast was Malcolm Turnbull, oud-premier van Australië. Het gesprek ging over geopolitiek, over Amerika, over bondgenootschappen die minder vanzelfsprekend zijn geworden dan we dachten. Allemaal heel interessant en de eerlijke directheid van deze aussie is een frisse bries in de politiek van anno 2026. Maar één passage in het bijzonder raakte een snaar bij me. En die laat me sindsdien niet meer los.
Turnbull haalde een klassiek principe uit het veiligheidsdenken aan: een dreiging bestaat uit twee componenten: capaciteit en intentie. Capaciteit (om te beschadigen) bouw je langzaam op, over jaren. Intentie (om te beschadigen) kan in één nacht veranderen. Eén verkiezing, één bestuurswissel, één beslissing in een boardroom aan de andere kant van de oceaan.
Luister de aflevering hier terug.
Turnbull had het over defensie en bondgenootschappen. Maar terwijl ik luisterde, dacht ik aan iets anders. Ik dacht aan de AI-systemen waarvan organisaties -ook de mijne en de uwe- steeds afhankelijker worden.
De geruststellende afhankelijkheid
We gebruiken AI omdat het werkt. Net zoals we cloud gebruiken omdat het werkt, en betalingssystemen, en zoekmachines. Het voelt niet als een strategische keuze; het voelt als vooruitgang. Elke stap is afzonderlijk verstandig: het is sneller, goedkoper, beter dan het alternatief. En er ís vaak geen alternatief, althans geen Europees alternatief van hetzelfde niveau.
Zo ontstaat afhankelijkheid nooit in één besluit. Ze groeit door gemak. Niemand in een gemeente, ziekenhuis, schoolbestuur of bedrijf heeft ooit expliciet besloten: wij maken onze besluitvorming afhankelijk van infrastructuur waarover we geen laatste zeggenschap hebben. Toch is dat precies wat er stap voor stap gebeurt.
Tien jaar geleden was daar een geruststellend antwoord op: Amerikaanse infrastructuur was weliswaar privaat en buitenlands, maar fundamenteel betrouwbaar. Dat was de aanname waarop bondgenoten, organisaties en publieke instellingen hun digitale fundament bouwden.
Turnbulls punt is dat die aanname niet meer vanzelfsprekend is. Er is inmiddels openlijk uitgesproken dat afhankelijkheden als hefboom gebruikt kunnen worden. En het hoeft niet eens een regering te zijn: ook private spelers kunnen toegang, voorwaarden of prioriteiten veranderen. Wie Starlink satellieten boven een oorlogsgebied heeft zien flikkeren, weet dat dit geen theoretische exercitie is.
De capaciteit om onze afhankelijkheid te misbruiken als drukmiddel is er. Ze groeit elke dag, met elke workflow die we naar een extern model verplaatsen. Alleen de intentie ontbreekt.
Op dit moment.
Van geopolitiek naar de bestuurstafel
Het is verleidelijk dit als een probleem voor staten te zien. Iets voor Brussel, voor ministeries, voor mensen die over ‘strategische autonomie’ vergaderen. Maar de formule capaciteit x intentie geldt op elk niveau.
Want wat is er feitelijk aan het gebeuren in organisaties? AI schrijft mee, vat samen, adviseert, prioriteert, beoordeelt en bereidt beslissingen voor. Wie dat rijtje op zich laat inwerken, ziet dat AI allang geen losse applicatie meer is. Het is onderdeel geworden van de bestuurlijke en cognitieve infrastructuur van de organisatie; het besturingssysteem waarmee kennis wordt vastgehouden, oordelen worden gevormd en dienstverlening wordt geleverd.
En infrastructuur beoordeel je anders dan een tool. Bij een tool vraag je: werkt het, is het veilig, is het compliant, levert het productiviteit op? Allemaal terechte vragen, en de meeste organisaties stellen ze inmiddels netjes.
Maar bij een besturingssysteem horen andere vragen. Van wie worden wij hiermee afhankelijk? Welke processen kunnen straks niet meer functioneren zonder een model van buiten? Welke beslissingen kunnen we nog uitleggen zonder onze leverancier? Welke kennis en oordeelsvorming verliezen we doordat we haar uitbesteden? En -de vraag veel te weinig wordt gesteld- wat is ons terugvalvermogen als toegang, prijs of voorwaarden ineens veranderen?
De vraag is dus niet of Amerikaanse of Chinese AI goed werkt. Dat doet ze, vaak indrukwekkend goed. De vraag is wat er gebeurt als onze afhankelijkheid ervan op een dag bestuurlijk, economisch of geopolitiek wordt gebruikt.
Dit is geen anti-Amerikanisme
Laat ik precies zijn over wat ik níét beweer. Dit is geen pleidooi om Amerikaanse of Chinese AI de deur te wijzen, en geen techno-nationalisme dat doet alsof Europa morgen zelf een frontier model uit de grond stampt. Loskoppelen is voor de meeste organisaties noch haalbaar, noch wenselijk.
Dit is een pleidooi voor bestuurlijke volwassenheid. Volwassen organisaties kennen hun afhankelijkheden. Ze weten welke risico’s ze bewust nemen, welke alternatieven ze achter de hand hebben en welke capaciteiten ze onder geen beding volledig uitbesteden. Dat is bij energie en grondstoffen inmiddels normaal geworden. Bij AI staat dat denken nog in de kinderschoenen, terwijl de afhankelijkheid er sneller groeit dan waar ook.
Governance van AI gaat daarom over meer dan risico’s beheersen bínnen het gebruik: bias, privacy, uitlegbaarheid, de bekende checklist. Het gaat ook over het begrenzen van afhankelijkheid vóórdat die onomkeerbaar wordt. Dat tweede gesprek wordt aan de meeste bestuurstafels nog niet gevoerd, omdat er nooit een moment is waarop het urgent voelt. Afhankelijkheid heeft geen deadline. Tot ze er ineens een heeft.
Het covenant
Wat organisaties volgens mij nodig hebben, is een AI-covenant: een expliciete, vastgelegde afspraak over de eigen autonomie. Geen beleidsdocument over welke tools zijn toegestaan, maar een antwoord op vier vragen. Wat geven wij wel en niet uit handen? Welke menselijke vermogens -oordeel, kennis, vakmanschap- houden we actief in stand, ook als AI het sneller kan? Welke afhankelijkheden accepteren we bewust, en tegen welke voorwaarden? En welk terugvalvermogen moet er minimaal blijven bestaan als toegang wegvalt of onbetaalbaar wordt?
Het antwoord zal per organisatie verschillen. Een gemeente die besluitvorming over inwoners voorbereidt met AI heeft een andere minimale autonomie nodig dan een marketingbureau. Maar de vragen zijn universeel, en het moment om ze te beantwoorden is voordat de afhankelijkheid volgroeid is. Niet erna.
Weten wat je niet mag verliezen
Terug naar Turnbull. Zijn les is uiteindelijk geen technische maar een strategische: reken nooit op de bestendigheid van andermans intenties wanneer je zelf de capaciteit uit handen geeft.
AI-soevereiniteit betekent niet dat je alles zelf bouwt. Het betekent dat je weet wat je niet mag verliezen.
Want als een organisatie haar oordeel, haar geheugen en haar handelingsvermogen bouwt op infrastructuur van een ander, dan is AI geen hulpmiddel meer. Dan is het een machtsrelatie. En in machtsrelaties, dat wist Turnbull als premier maar al te goed, bepaalt uiteindelijk niet de gebruiker de voorwaarden, maar degene die de knop beheert.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk in The IC Institute op Substack.
Delen